zondag 23 juni 2013

Niet inkleuren - voor Miss Mundo


Amsterdam Zuidoost - voor Miss Mundo - Dat klonk nogal vreemd inderdaad. Dolgelukkig zit ik achter mijn bureau aan de telefoon met een hele goede vriend. ‘Ze zijn zwanger’ en hij vertelt trots over dat hij en zij nu weten dat het een jongetje gaat worden. Het gesprek is ook een welkome afleiding van mijn administratieve werk. Ik laat me graag afleiden. Ondertussen is mijn blik op ‘oneindig’ gericht op het scherm. De site van ING staat open. Het logo van ‘Vereniging van Nederlandse Banken’ trekt mijn aandacht. 

En wat krijg je met woorden? Als je ze ziet lees je ze automatisch. Probeer het maar eens om woorden niet te lezen als je ze ziet, in een taal die je machtig bent. Dat lukt niet. Dus terwijl we het hebben over of het een meisje of jongetje wordt, mijn oom dacht destijds ook zeker te weten dat mijn nichtje een jongetje zou zijn, probeer ik te zeggen: ‘Als het een jongetje is, is het ook goed’. Maar per ongeluk zeg ik: “Als het een Nederlandse is, is het ook goed.” Een pijnlijke stilte volgt, “Nee dat wilde ik niet zeggen.” En begin met uitleggen. Hopelijk werd ik begrepen. 

U verstaat het verkeerd
Ooms, tantes, neefjes en nichten rennen, lopen of slenteren door het park van de Apenheul in Apeldoorn. Het is de VanderHoek-familiedag. Als mede-ouder en familielid hou je een beetje in de gaten wat de kinderen uitspoken. Mijn broer en ik staan even om ons heen te kijken. Het is een mooi park met allemaal kleine en grote apen. En met kleine en grote mensen. Neefjes en nichten slingeren in de speelrekken.

Maar waar zijn mijn broers dochtertje en mijn zoontje? Nichtje Dora komt aanrennen, gevolgd door zijn dochtertje en en mijn zoontje. Mijn broer ziet ze als eerst en zegt: “Ah, daar zijn de aapjes.” Wordt mijn broer opeens verschrikt aangekeken door andere bezoekers. “Zo’n opmerking!”, dat is veel te racistisch lijken ze te allemaal te willen zeggen. Ondertussen springen ze in onze armen en willen ze onze aandacht: “Papa, papa! Kom kijken!”. Mogen we onze kinderen nog gewoon een monstertje, draakje, prinsesje of aapje noemen, zonder dat iemand er een giftig kleurtje aangeeft?

Ben rood en ben zwart, maar niet zwart-wit
Eens was ik een jaar een verkoper bij Media Markt. Tijdens een verkooptraining laat de verkooptrainer beveiligingsbeelden zien om aan te tonen waar wij als verkopers allemaal dingen fout doen. Het is zijn stokpaardje. Op de opnames staan drie medewerkers in rode bedrijfskleding. Eén staat wat goed te hangen in het schap. Twee anderen hangen bij elkaar en kletsen c.q. overleggen wat (de interpretatie is afhankelijk of je leidinggevende of verkoper bent). Rechtsonder in beeld staat een man in een zwarte blouse. De trainer straalt als hij donderpreek geeft: “Die drie rooie daar spreken de klant niet aan. Waarom wordt deze klant in het zwart niet aangesproken!?” 

Zelf ben ik ondertussen een beetje giftig geworden van de betweterige toon van de trainer. En nu slaat hij een flater. Hij herkent zijn eigen personeel niet eens. De man die hij als ‘klant in het zwart’ aanwijst is onze collega Roger. Als je in het rood rondloopt in een Media Marktwinkel heb je geen moment rust om iets anders te doen dan de klanten te woord te staan. Ook al werk je er niet eens, draag je rood dan wordt je aangesproken door andere klanten. Daarom trek je alles wat rood is even uit als je in de winkel een paar klusjes ongestoord af moet maken. 

Dus ik zeg: “Die zwarte is je collega beste trainer, dat is Roger.” Een korte stilte valt. Hoe ik dat durf te zeggen. “In dit deel van de stad waar zoveel Surinamers wonen?!”, reageert een collega. Roger die paar plaatsen verder zit en ik kijken met stomheid geslagen: “Zwart van het zwarte shirt ipv van de drie rode shirts, pannenkoek!”, zeg ik en laat een diepe zucht. De trainer is allang blij dat zijn onkunde om zijn eigen collega te herkennen aan de aandacht ontglipt is. Wat mij bij blijft is de zinsnede ‘dit deel van de stad’. Is het dan wel o.k. om in andere delen van de stad wel zulke opmerkingen te maken in de racistische context?


Auke

©2013 Auke VanderHoek, op dit artikel rust copyright. 

Geen opmerkingen: