woensdag 2 januari 2013

Nee mama…




Nee mama…

Een meisje van zestien wordt vernederd. 
Een meisje van zestien wordt kapot gemaakt. 
Met een goed hart, met een lieve glimlach,
ze hoort het allemaal aan.

“Je bent te lelijk! Je bent te stom! Je bent van mij!
Je bent mijn persoonlijke slaaf! Ik maak je kapot!”
Zegt ze jaar in jaar uit tegen de kleine meid
Haar eigen moeder hoort het, pakt een kop 
waar ze nog wat wijn in stopt en lacht

“Zo grappig”

Een meisje van zestien met een mooi figuur, 
mooie kont, mooie borsten en een stel hersens…
Gehoorzaamt de vrouw des huizes
doet wat de mannen des huizes willen

Als ze niet op commando komt opdraven, 
verwensen ze ze haar, vervloeken haar
“Waar is dat kutwijf?!” 
“Waar is dat stomme kind?!”

Een meisje van zestien wordt vernederd. 
Een meisje van zestien wordt kapot gemaakt. 
Met een goed hart, met een lieve glimlach,
hoort het allemaal aan

Ik zit in de tuin, in de schaduw, 
op een plekje te min voor hen
Achter het huis zie ik de kinderen doodstil
als de dood voor de straf
‘Nu even niet, nu even niet’. 
Ze zijn bekaf. 

Een meisje van zestien wordt vernederd. 
Een meisje van zestien wordt kapot gemaakt. 
Een meisje van zestien met een mooi figuur, 
mooie kont, mooie borsten en een stel hersens…
Gehoorzaamt de vrouw des huizes
doet wat de mannen des huizes willen

Ik zit in de tuin, in de schaduw, 
op een plekje te min voor hen
Achter het huis zie ik de kinderen doodstil
als de dood voor de straf
‘Nu even niet, nu even niet’. 
Ze zijn bekaf.

“Nee schoonmama, ik weet niet waar de kinderen zijn.
Maar kan je zelf niet even de pan op het vuur zetten?”
Ik sta op: “Hier ik zal het voordoen.”
En nu heb ik opeens een grote mond?! 
Maar ze lachen, “Auke is zo grappig”

Auke

(Gedicht nummer 5 uit een serie van 6, project: zes gedichten in zes dagen)


©2013 Auke VanderHoek, op dit artikel rust copyright. 

Geen opmerkingen: