donderdag 4 oktober 2012

Waar was jij? 4 oktober 1992



Amsterdam Zuidoost - uit archief - Het is 4 oktober 1992. De gezagsvoeder van El Al vlucht 1862 Itzhak Fuks spreekt zijn laatste woorden om 17:35:25 via de radio met de verkeerstoren op Schiphol: “Going down, 1862, going down, going down, copied? Going down.”*. Tien seconden later boort het vrachtvliegtuig zich in Kruitberg. Drie bemaningsleden en een passagier zijn opslag dood. Op de grond komen minstens 39 mensen om. Het is nu 20 jaar geleden dat de Bijlmerramp een feit werd.

Waar was jij op dat moment? Een vraag gesteld aan vier verschillende mensen in vier losse gesprekken. Allen beginnen hun antwoord met een stilte en hebben ze 4 oktober 1992 met elkaar gemeen. Annaclair: “Die dag vergeet ik nooit meer!” Annaclair laat een stilte vallen. “Ik woonde in Koningshoef, had net gekookt, stond in de woonkamer met mijn zoontje en maakte me klaar om te gaan oefenen met de band. Ik zag opeens een hele grote rode vuurbal in het raam. Gevolgd door een hele harde knal. Dus ik loop naar het raam om te kijken wat het was. Maar ik zag niks?! Het was aan de andere kant. Ik had de vuurbal in de spiegeling van het raam gezien.”


Allemaal gegil
Annaclair: “Ik ben toen met mijn zoontje naar buiten gerend.” Voor de veiligheid? “Nee. Mijn flat schudde hevig maar stond nog wel. We zijn naar beneden gegaan. Ook om te kijken of ik kon helpen. Buiten waren alleen maar mensen, allemaal gegil, er was nog geen brandweer of politie. Maar ik heb niet geholpen. Mijn zoon was drie of vier jaar oud. Ik ben toen naar mijn moeder in Kikkenstein gelopen. Ik was net verhuisd vanuit Kruitberg naar Koningshoef. Mijn oude woning was nu weg. Sinds die dag slik ik medicijnen tegen een allergie en aanhoudende hoofdpijn. Ik zeg steeds tegen mezelf dat het niks met de ramp te maken heeft. Maar ze zeggen dat heel veel mensen ziek zijn geworden van de lading van het vliegtuig.”


Telefoon wordt opgenomen
Aan de andere kan van de wereld komt de ramp opeens akelig dichtbij. Hans Mooren: “Ik was in Zuid-Afrika. Ik hoorde ervan tijdens het ontbijt. Toen hadden we nog geen mobieltjes of internet. Iemand had iets gehoord op de radio uitzending van de Wereld Omroep over een vliegramp in Amsterdam. Naar mate het gesprek vorderde kwam het dichterbij. Het was neergestort in de Bijlmer, in de K-Buurt, waar ik woon.” Hans Mooren woont nog steeds in de Kolsfschotenstraat, in de K-Buurt. Hans: “Dat is dan wel heel erg dichtbij. Ik ben toen eerst een half uur naar buiten gegaan om lucht te scheppen. Daarna ben ik gaan bellen om te kijken of thuis de telefoon werd opgenomen.” Zijn vrouw met zijn twee jaar oude zoon waren thuis gebleven en niet meegegaan op reis. 

Veiligheid thuisgebleven
Hans: “Het was de eerste reis naar Zuid-Afrika georganiseerd door de anti-apartheid beweging na afschaffing van de apartheid. Het was niet een reis zonder veiligheidsrisico’s. Na het afschaven van de apartheid was het politiek nog heel onrustig en gevaarlijk. Er woedde een gewapende strijd tussen het ANC en de door de overheid gesteunde Inkatha beweging. Maar ik belde dus naar huis en er werd opgenomen. Als het vliegtuig iets was doorgevlogen, iets anders was gedraaid, was het op mijn huis terecht gekomen. Ik kijk wel eens omhoog als ik een vreemd geluid hoor. Of als ik een vliegtuig verdacht laag zie overvliegen. Maar ik ben niet bang of zo, dat zou ook hypocriet zijn, ik stap zo weer in een vliegtuig.”


Oh God, geef me een leven…
Diana Luc was net vanuit Suriname in Nederland komen wonen in de hoop op een beter leven. In Suriname werd ze door de dood achtervolgd. Diana: “Ik woonde net een jaar in Nederland. Was zwanger en lag op de bank te slapen. Kruitberg 99, op de eerste verdieping in het voorste deel. De hele woning schudde. Een hele harde knal. Rook, mensen, schreeuwen. En ik? Pijn in mijn buik, heel veel pijn in mijn buik”.

Zwanger
Diana: “Ik had in Suriname drie kinderen begraven, drie miskramen. Toen ben ik naar Nederland gekomen. Hier heb je betere zorg. Ik twijfelde aan mijzelf, zouden de miskramen aan mij liggen? Ik was zwanger toen de klap kwam. Ik vertelde alleen de dokter van mijn pijn. Ik wilde mijn familie niet ongerust maken. Een dag later werd ik meteen opgenomen. Mijn dochter werd te vroeg geboren met een hoorbeschadiging en woog maar één kilogram. Maar ik was zo blij dat ze leefde.” Haar dochter Clearis, wordt nu 20 jaar op 30 oktober.

God gesmeekt
Diana: “Toen ik naar beneden was gerend, na de klap, had ik God gesmeekt: ‘Oh God!? Er gaan nu zoveel mensen dood, geef me één leven’. We dachten dat het een passagiersvliegtuig was vol met mensen en durfde daarom niet te gaan kijken. Mijn zwager stelde ons gerust, het was een vrachtvliegtuig. Mijn dochter heeft een hele erge vorm van eczeem gehad. Haar baby kleertjes zaten helemaal onder de huidschilfers. Haar huid bloedde zelfs. Ik bracht haar terug naar het ziekenhuis. In wanhoop zei ik: ‘Ik moet het niet! Wat kan ik doen?’ Ze heeft sindsdien medicijnen… En ja, natuurlijk, ik ben dolblij met haar. Maar wat was ik wanhopig.”

Angst niet overgeven
“En ik mama? Was ik te klein?” vraagt haar zoon Sison. Tijdens het afnemen van dit interview, is de nu tienjarige Sison, acht jaar oud. Diana: “Man, jij was drie kilogram! Je kwam als een reus naar buiten. Zie, het lag dus niet aan mij. Prima grote sterke jongen!” Sison geeft zijn zus een tik om te stoeien en delft vervolgens het onderspit. Diana kijkt naar haar kinderen en lacht. Diana woont nu met haar twee kinderen in de Rosa Luxemburgstraat. Diana: “Om 4.30 ‘s ochtends beginnen ze over te vliegen. Bij het eerste geluid ben ik klaarwakker, slapen doe ik dan niet meer. Sta ik voor het raam de vliegtuigen te tellen. Ik vertel het niet aan mijn kinderen. Ik wil de angst niet overgeven.” Diana zwijgt even en zegt dan: “Ik zou mijn verhaal willen vertellen op de herdenking.”


Telefoon wordt niet opgenomen
Angelo Bromet: “Ik stond naar buiten te staren. Ik was bij mijn vriendin, nu mijn vrouw, in Diemen. Ik zag het vliegtuig een draai maken naar onder toe. De lucht werd oranje. Het leek een kwestie van paar minuten en ik hoorde BOEM. Vanuit Diemen kon ik niet goed zien waar het landde. Of het de E-, K-buurt of Holendrecht was. Ik heb meteen naar huis gebeld, maar niemand nam op. Heb ik de bus gepakt, maar die reed helemaal om. Op het industrieterrein bij Bullewijk ben ik uitgestapt en naar huis gelopen.” 

Niet op mijn wijk
Angelo: “Ik kon al zien dat het niet in mijn wijk, Holendrecht, was geland. Dat was een soort van opluchting want het is niet mijn familie. Maar ook het besef dat het wel iemand anders z’n familie is die je kent. Zuidoost is wat dat betreft net een dorp. Thuis hebben we op TV het nieuws gevolgd. De volgende dag was iedereen gespannen: inventariseren wie wel en wie niet op school is gekomen. We spraken er niet over. In de zin van je emotie in de groep te gooien en het te delen.” 

Opgekropte spanning
Angelo: “Je ging over op de orde van de dag. Op school maakte iemand een grapje over dat er nu weer woningen vrij waren en weer wat allochtonen minder of zo. Toen ontplofte de bom. Alle ingehouden woede kwam er in één keer uit: rassenrellen. Was je blank, kwam je aan fietsen en wist je van niks. Maakte niet uit, je werd in elkaar getrapt. En toen was het over. Aan de buitenkant had iedereen zich ervoor afgesloten. Je weet niet of iedereen het een plek heeft gegeven of heeft verwerkt maar het leven gaat verder. Als het op een andere buurt was neergestort zouden de routes dan zijn veranderd?”

Als het weer zo’n dag wordt…
Angelo: “Tot op de dag van vandaag weet ik niet precies of ik meer mensen heb verloren. Een neefje van een vriend hebben ze van de cockpit af moeten schrapen. Ik schrik niet van vliegtuigen, ik volg ze wel, elke rare beweging volg je. Als het weer zo’n dag wordt, dan weet je wat het aanricht.”

*“We storten neer. 1862. We storten neer, we storten neer. Ontvangen? We storten neer”

   
©2012 Auke VanderHoek, op dit artikel rust copyright. 

Geen opmerkingen: