vrijdag 29 oktober 2010

Zijn laatste reis begon bij mij op de bank


Wanneer wist ik dat mijn vader dood zou gaan? Dat besef kwam geleidelijk. Ongeveer een jaar geleden. Mijn vader woonde tien jaar bij mijn vrouw, mijn zoontje en mij in. Hij was een kluizenaar. Als ik samen met mijn vrouw hem niet in huis had genomen was hij op straat beland en een eenzame dood gestorven.

Het was mijn grootste angst waar ik jaren mee leefde. Wat als ik opeens weg moest om mijn andere familie in Kameroen, Afrika te helpen? Wie zou over vader waken? Het antwoord was altijd kil, niemand.

Elke beweging, elk humeur, wensen en grillen leerde ik kennen. Maar ook de wetenschap dat hij heel veel verborgen hield over wat hem maakte zoals hij was. Pas tijdens het opruimen en archiveren van zijn werk en bewaarsels kreeg ik beter inzicht in zijn pijn en verdriet.

Langzaam merkte ik dat het niet goed zat. Heb met velen proberen te spreken. Dat lukte alleen met mijn moeder, pa’s ex, en mijn vrouw. We trokken een conclusie en hebben nachten stilletjes in bed liggen huilen. Alleen en samen met mijn vrouw Quinta.

Ik faalde. Ik kreeg het niet voor elkaar om hem op tijd naar de dokter te krijgen. Of om op tijd de hulp van mijn broers in te schakelen. Daar ben ik kwaad om. Daarin voel ik me diep in de steek gelaten.

Huilend stond ik tegenover mijn vrouw. Als de zorgen en stress die een inwonende schoonvader met zich meebrengen haar overstuur maakte en ze mij in woede en onmacht toeschreeuwde: “Waar zijn jouw broers!? Ik zorg voor hun vader! Waar zijn eigen zonen!?” Met dezelfde onmacht als die van haar stond ik haar te woord: zwijgend. Ik wist het antwoord niet.

Dat was deels zijn eigen fout. En die van mijn broers en mij. Als pa’s dood mij één ding heeft geleerd, is dat om te blijven investeren in goede vriendschappen en familiebanden. Mijn broers en mijn vader deden dat niet.

Ze woonden op een steenworp afstand van elkaar. Ik heb me zo kwaad gemaakt over discussies wie-nou-wie-niet-belt-en-daarom-bellen-we-niet. Doodzonde. Ik sta met een bek vol tanden, elke keer weer, als mijn vrienden zien hoe ver mijn broers en mijn vader van elkaar woonden. En dan vragen hoe kan dat? Kennelijk zit er een grotere afstand tussen Amsterdam Zuid en Zuidoost dan ik wil beseffen.
Mijn fout daarin is dat ik mijn vader en mijn broers heb gelaten in hun discussie.

“Waar ga ik dan wonen”, vroeg hij. De angst was te lezen in zijn ogen. "Nou, bij ons dus. We zoeken later wel een betere oplossing." Twee jonge ouders die hun weg zochten, een kleine baby, een schoonvader. 3 kamer appartement, negen hoog in de Bijlmer. Het was krap, druk, geen privacy en pa kon goed mopperen. Maar het was gezellig. Hij was een fantastische opa en (schoon)vader. En stond altijd klaar om te helpen.

En toen? De laatste twee jaar ging de aftakeling sneller. In het laatste jaar ging het snel. Tijdens het WK 2010, op weg naar Rense, kon hij het huis niet meer vinden. Hij was verdwaald. Maanden later bij ons thuis zou hij stampot maken. Hij kookte graag, vooral huts- en stampotten, en wilde dan niemand anders in de keuken. Daarmee joeg hij Quinta op de kast. De aardappeltjes en wortels waren gaar gekookt, hij moest het alleen nog stampen. Het stampen kon hij niet meer. Quinta maakte het af. Die avond hebben we aardappelen met worteltjes gegeten. Laatste keer dat hij kookte.

Het waren vervelende ruzies met hem om duidelijk te maken dat hij niks hoefde te doen. Dat niks meer moest. Hij wilde niet accepteren dat hij geen functionele rol meer kon hebben in het gezin. Dat was ook pijnlijk om te moeten zeggen: ‘Pa, je kan het niet meer’. Hij ontkende dat hij pijn had. Het was maar een buikgriepje, volgens hem.

Niet huilen maar lachen in de Albert Heijn, blijven lachen. Zorgen dat hij het winkelkarretje als rollator gebruikte. Op weg naar en terug in de auto, hopen dat hij het bewustzijn even verloor, zodat ik de eerste hulp kon binnen rijden zonder dat hij naar buiten zou lopen. Maar nee, hij bleef zich verzetten. Dat was pijnlijk, ook het hopen op een kans om in te kunnen grijpen. Hij kon het niet meer, dat was zo duidelijk.

Ik heb me kapot geschreeuwd om hulp te krijgen. Mijn vader wilde niks van dokters weten. Mijn broers, ooms en tantes wilden niet langs komen. ‘Werk’, ‘wat kunnen we doen’, ‘vergaderingen’… dat soort redenen. Wat kon ik doen? Geen idee, maar mijn vader heb ik zien wegkwijnen voor mijn ogen, in mijn huis.

Uiteindelijk heb ik al zijn autoriteit als vader opzij gezet en hem overvallen met mijn huisarts. Die bevestigde wat ik al vermoedde: terminaal ziek: kanker. Terwijl hij zijn verhaal bleef vertellen aan de doktoren die volgden, bleef ik recht in zijn gezicht zeggen, ‘pa vertelt niet de waarheid, hij liegt’.

Ik heb pa nooit eerder kunnen betrappen dat hij tegen mij loog. Mij restte alleen nog dat wat ik voor hem wilde betekenen. Dat hij bij mij, in ons gezin met zijn schoondochter, met zijn twee andere zonen aan zijn zijde zou overlijden. Niet op een enge vreemde plek, of met vreemden om zich heen. Maar thuis. En sat is gelukt.

Het ware zware weken. ‘s Nachts, waken, wakker blijven, hem verzorgen. Het was veel. Van werken en geld verdienen om de rekeningen te betalen, kwam het niet meer. Kon ik ook niet. Al mijn aandacht en energie gingen naar mijn vader.

Tijdens het aftakelen van mijn vader maakte ik foto’s van hem terwijl hij sliep op de bank en zichtbaar pijn had. Dat hielp. Mijn broers kwamen eindelijk langs. ‘Ja, het was toch niet zo goed met pa’. Vervolgens stond ik in mijn eentje nog steeds de klus te klaren.

Maandag was ik net op de bank gaan zitten om diep adem te halen. Om dan 112 te bellen. De verplegers van het AMC die ‘s ochtends bloed zouden komen prikken, zodat ik pa in de namiddag naar het AMC kon brengen met een goede presentatie van mijn huisarts, waren niet geweest.

Ik moest hem naar het AMC krijgen. Dat was een ding wat ik zeker wist. Terwijl ik me mentaal voorbereide om te kunnen spreken als Brugman, zodat de ziekenbroeders van de ambulance hem wel tegen zijn wil zouden meenemen, straalde zijn pa’s gezicht op. Godzijdank kwam Rense net aanlopen via de achtertuin. Pa in de auto gezet onder het motto ‘we gaan even naar de doktor bloed prikken’ en naar de eerste hulp gereden.

Ja, daar waren ze het ook eens dat het heel fout zat. Maar aangezien hij niet in direct levensgevaar verkeerde, werd hij naar huis gestuurd. Op woensdag mochten we terug komen bij de specialist. Zelfde onderzoek, zelfde conclusie en wederom naar huis.

Achteraf, maar beter ook. Het AMC belde een dag na zijn overlijden, tien dagen later kon pa terugkomen, met urgentie, voor een nader onderzoek. Ik heb ze vriendelijk bedankt voor hun vlotte werkwijze en verteld dat het niet meer hoefde.

Mijn moeder begreep dat het te veel voor mijn vrouw en mij werd. We hadden een gezin, ook gewoon ons werk en studie. En we zorgde 24-uur voor pa. Emotioneel waren we kapot.

Quinta ging tegen mij te keer waarom zijn andere zoons niet kwamen helpen. Ik kon geen antwoord meer geven. Heb mijn mobiel gepakt, ma gebeld, telefoon aan Quinta gegeven zodat Q haar hart kon luchten. Tien minuten na het gesprek belde ma terug. Ze was samen met mijn stiefvader meteen in de auto gesprongen. Hebben een ziekenhuisbed geregeld. Mijn vrouw en ik kregen eindelijk de kans om op adem te komen.

In een van zijn laatste nachten ging pa recht op zitten en zei dat het tijd was om het boek dicht te doen. Ik zei dat het mocht. Dat hij geen verplichtingen meer had. Hij vroeg hoe het dan zat met al die doktoren? Ik vertelde dat geen extra hoofdstukken geschreven hoefde te worden. Maar dat hij wel moest volhouden tot elf uur ‘s ochtends.

Mijn oudste broer, Jelte, zou om tien uur landen, vanuit Australië en meteen naar ons huis komen. Mijn andere broer, Rense, zou dan ook weer terug zijn. Zij zouden dan het waken van mij over nemen. Zodat ik kon slapen en kon proberen om te werken. Dan zouden zij, mijn vrouw en ik aanwezig zijn en kon hij het boek dicht doen. Dat spraken we met zijn tweetjes af.

De nacht ervoor had ik naar Australië ge-smst, naar Jelte, dat het tijd was om naar huis te komen. Dat had hij ook al van mijn moeder en zijn vrouw begrepen. Hij was al onderweg. Op vrijdag sms-te ik zijn broers en zussen dat de tijd was aangebroken om afscheid te komen nemen. Sommige familie leden en vrienden lukte dat. Anderen niet. Dat spijt me.

Toen mijn broers de zorg hadden overgenomen liepen mijn vrouw en ik verdoofd door alles rond in huis. In de één na laatste nacht maakte Rense ons wakker. Hij en Jelte gingen de spoed dokter bellen. Ik kwam naar beneden. Dat wilde Quinta ook maar Rense bleef het verhaal vertellen tegen haar in de slaapkamer en ze lag naakt onder de dekens.

Dokter kwam. Verdwaalde natuurlijk eerst in de Bijlmer. Zat aan het bed. Zei dat ze met Amsterdamse directheid haar diagnose ging vertellen. “Meneer u gaat dood. Het is een kwestie van dagen.” Dat kwam heel hard aan bij mijn broers. Quinta en ik hadden zoiets van, ‘ja, dat zeiden we dus’. Dat was een kutgevoel. De boodschap ging aan pa zelf voorbij.

In zijn laatste nacht was Jelte naar huis. In een poging om wat slaap te pakken. En Rense was eindelijk op zolder gaan slapen. Quinta en ik waren beneden om pa te helpen. Om hem te laten plassen in een Campina melkfles. Hij kon niet meer lopen of staan. De afgelopen week waren zijn benen volgelopen met vocht. Het drukverband dat de vochtophoping tegen had moeten gaan had zijn aderen kapot gedrukt.

Zijn voeten en benen waren rood, paars en zwart. Pa wilde opstaan en naar de wc lopen. Dat kon hij niet meer. “Waarom dan niet?”, vroeg hij. Ik ben toen voor hem gaan zitten. Zijn handen vastgepakt, in de ogen aangekeken en de woorden gesproken: “Je gaat dood pa. Het boek is uit.” Hij keek me aan, zuchtte en zakte weer weg.

Zondag de tiende van de tiende maand van 2010, waren mijn broers voor pa aan het zorgen. Ik was met Quinta even naar een vriendin, Jane, geweest wiens vader op de zaterdag daarvoor in Kameroen was overleden. We betuigde onze medeleven. We hadden boodschappen gedaan. Voorraden aangelegd. Medicijnen gehaald voor pa. Ik zat even buiten met mijn hoofdtelefoon naar muziek te luisteren. De rockband Free met het nummer All Right Now. Ik werd naar binnen geroepen. Het einde was in zicht.

We hebben hem ‘s middags in de tuin gezet. Met twee dekens om hem heen in het zonnetje. We hadden een laken over de doorzichtige schutting gehangen zodat de kleinkinderen van de buurvrouw op nummer 5, mevrouw Henriquez, pa niet zouden zien. Quinta was boven in onze slaapkamer, ze zag en hoorde dat de dochter en de schoonzoon van mevrouw Henriquez pa opmerkte en daarop hun muziek hard aanzette en begonnen mee te zingen. Alleen kunnen ze niet zingen, ze krijsen. Kunnen ze niet eens meedoen aan Popstars?

Tot onze verschrikking hadden ze plezier in de pijn van pa. Deden spottend het geluid van pa na. Gelukkig hoorde pa het allemaal niet meer.

Ik heb de politie gebeld dat dit zo respectloos was. Ondertussen hadden Jelte en Rense pa weer in zijn bed gelegd. Politie kwam, nummer 5 schold hen uit. En vanuit de achtertuin scholden ze ons uit. Maar hadden wel de muziek zachter gezet. We negeerde hen. Pa hoorde het allemaal niet meer.

Mijn broers zaten aan pa’s bed en hielden hem liefkozend vast. In mijn linker hand pakte ik Rense’s hand en pa’s arm. In mijn rechter Jelte’s hand en pa’s arm en sprak: “Je hebt drie prachtige zoons. Je hebt drie prachtige kleinzoons. Een prachtige kleindochter. Je hebt drie prachtige schoondochters. Je hebt het goed gedaan. Je mag gaan. Je bent vrij om te gaan. Ga pa. Het mag.”

Quinta wist zich geen raad, stond in de keuken te draaien. Ik heb haar erbij geroepen. Ze kwam naast me staan. Ze zei “Hallo pa.” Zijn ogen gingen open, hij glimlachte en zei: “He, hallo…” Ik weet niet of hij haar naam nog uitsprak. Het heldere moment was voorbij.

Mijn broers zijn blijven zitten. Ik ben op de bank gaan zitten. Quinta naast me op de andere bank. Pa keek me aan, grote ogen, grote pupillen, mond open. Hij deed zijn best om te ademen. Heel zachtjes. Ik knikte dat het goed was, dat hij mocht gaan. En toen? Toen zag ik zijn ogen doods worden. Ik sprak de woorden: “Volgens, mij was dat hem.” Stond op liep naar hem toe. Voelde in zijn nek. En ja dat was het. Kwart voor zes.

Een goede vriendin, Eva Bon, was kort van te voren binnen gekomen. Met haar Tom Tom was ze verdwaald in de nieuwe E-Buurt. Met de auto over de fietspaden. “Dan maar een boete, maar ik voelde dat ik geen tijd meer kon verspillen,” zei ze. Gelijk had ze.

Ze vertelde meteen dat we hem nu moesten klaarleggen. Handen op zijn borst, kaak dicht doen, oogleden sluiten, recht leggen, aankleden. Voordat hij helemaal verstijfd zou zijn. Ze wist mijn broers aan te sturen, zei wat ze moesten doen. Het was voor ons allemaal de eerste keer. Zij had het al meegemaakt met haar eigen vader.

Ik heb de telefoon gepakt, ben naar de gang gelopen. Heb de dokter gebeld. Gezegd dat mijn vader net was overleden. En ben naar de grond gezakt, in het hoekje van de deuropening en heb zitten huilen. Mijn schoonzus Leonie kwam aanrijden met de kleinkinderen Mart, Kris en Jelle. Zij had aan de klienkinderen het nieuws verteld. Ze wisten niet goed wat ‘dood’ inhield. Binnen konden ze afscheid nemen.

Een vriendje van Jelle kwam vrolijk de straat in rennen. Ik liep naar hem toe en zei dat de opa van Jelle net was overleden. Kwam de schoonzoon van mevrouw Henriquez ook naar buiten, ruzie zoeken: “Waar is de politie nou!? Waar is de politie nou!?” Hij werd door zijn familie naar binnen getrokken. Bij het wegrijden van de lijkenauto die avond, pa ging naar het mortuarium, brandde mevrouw Henriquez wierook. Ze weten dat God heeft gezien wat ze deden. Het zal een uitdaging worden om ze te kunnen vergeven.

Ergens in het al het gebeuren had ik de geest om de batterij uit de klok te halen die in de woonkamer boven pa’s bed hing. Het staat nu stil op het tijdstip waarop pa overleed. Pa had een ding met de klok. De afgelopen week zei hij dat de klok achteruit liep. Hij probeerde de klok erop te betrappen. En nu? Vergis ik me steeds in de tijd. Uit automatisme kijk ik naar de klok en denk ik steeds dat het kwart voor zes is. Als ik het vast zou lijmen, zou pa dan vast zitten? Kan ik weer een batterij in de klok doen? Ik weet het niet.

Emotioneel? Ik heb vrede mee dat pa weg is. Hij was klaar met het leven en leed pijn. Mijn grote angst is nu vervangen door een nieuwe. Ik voel me een rijk man. Rijk omdat ik mijn vader heb mogen begeleiden. Rijk omdat het gelukt is dat hij thuis, met ons naast zijn zijde, is gestorven, in een huis met liefde. Rijk omdat ik de kans heb om niet dezelfde fouten te maken als hij deed.

Elk moment dat ik erbij stil sta hoe ik hem mis, jank ik. Dat zal nog wel even blijven. Vooral nu ik ‘s avonds zijn werk aan het inpakken ben in archiefdozen. Zijn kleren was. Zijn kamer ontmantel. Maar het leven gaat door. Op zijn wekkerradio luister ik dan naar ‘Met het oog op morgen’. Als het herkenningsdeuntje klinkt, lopen de tranen over mijn wangen, neem ik een flinke slok Black Label, zet mijn tanden stevig op elkaar en ga door. De volgende stapel bewaarsels in een archiefdoos. De herinneringen van al het goede zijn rijkelijk en fijn. Het is mooi geweest.

Auke VanderHoek

2 opmerkingen:

Micha zei

de Buurman:Ja Pa was er voor iederen en ik soll hem zeker missen.

zzz zei

Wat een indrukwekkend verhaal is dit Auke. Ik ben ontroerd en je mag wle hele trots op jezelf zijn!

Mo