dinsdag 11 november 2008

Zo Moeilijk: Nijmeegse Modo "We klinken sowieso anders", interview

Op 31 oktober komt het tweede album van Zo Moeilijk, Nijmeegse Modo, uit op Top Notch. State Magazine nestelde zich neer in het rode pluche van het Sofitel, Amsterdam, om het onder het genot van een Duvel en een whisky te hebben over wat die Modo dan wel niet is, wat ze denken toe te voegen aan de Nederlandse scene: 'We brengen verfrissing!', hoe het is om getekend te zijn bij Kees de Koning: 'Dit Top Notch ding hadden we nooit verwacht' en over de grootse Nijmeegse tekstkunstenaar Frank Boeijen: 'Ja, hallo!'

Even een kleine oriëntatie: Nijmegen is door de Romeinen (Noviomagus) zo’n 2000 jaar geleden gesticht als Noordelijke grenspost van het Romeinse Rijk en ligt tussen de grote rivieren de Waal, de Rijn en de Maas op een militair strategische heuvel. Als één van de oudste steden in Nederland is het altijd een marktplaats geweest waar mensen vanuit alle windrichtingen samen kwamen en nog steeds komen. Daaruit is ook duidelijk een Nijmeegs accent ontstaan. Het heeft de harde klanken van boven, en de zachte van onder de rivieren. Dat kan dus even verwarrend zijn voor de buitenstaander. De mannen Nosa, Rosco en Nikes brengen de Surinaamse en Joegoslavische achtergrond mee in hun tongval.

Nijmegen zelf was een prachtige mooie oude stad die een vooraanstaande plaats innam in de Nederlandse geschiedenis. Het oude centrum is helaas van de kaart geveegd door een bombardement (1944) in de Tweede Wereld Oorlog. Met daarbij het genante detail dat het de Amerikanen (onze vrienden) waren die per ongeluk Nijmegen aanzagen voor de Duitse stad Gotha. Nu bombardeert Zo Moeilijk de scene om Nijmegen permanent op de hiphopkaart te zetten op een manier die recht doet aan haar rijke geschiedenis.

Wat gaat Zo Moeilijk ons brengen? Rosco, de rapper met de lange dreads, antwoordt met volle overtuiging: “Verfrissing! Een nieuw geluid. Creatiever, al zeg ik het zelf.” Maar er zijn meer artiesten die zeggen dat ze verfrissing brengen en met een nieuw geluid komen. Nosa, de rapper zonder lange dreads, komt met een gewaagde uitspraak: “Die anderen, die liegen eigenlijk.” Waarop Rosco doorgaat: “Precies. Wij vertellen eindelijk eens de waarheid. Wat we anders doen… We kunnen er niks aan doen, we klinken sowieso anders. We hebben een eigen accent, Nijmeegs.” Nosa: “Volgens mij denken we ook anders”. Ze doelen erop dat ze zich met hun tracks niet houden aan een standaard opbouw. Van zestien bars, pakkend refrein, zestien bars, refrein etc. Nikes mengt zich in het gesprek: “Er zit - qua structuur - gewoon een hele andere opzet achter dan waarmee andere gasten komen. Wij hebben soms niet eens een refrein. Of het bestaat uit één woord ofzo. Met de beats, met de raps, de manier van brengen. Iedereen kopieert elkaar, horen ze iets dopes, gaan ze het ook meteen verwerken in hun teksten.” Nikes maakt zijn beats geheel naar eigen inzichten. Hij laat zich dan ook niet beïnvloeden door welk geluid er heerst en weet vaak niet eens wat hot of net uit is. “Zitten we in de auto, draaien we muziek van twee en een half jaar oud, Vraagt hij: ‘Yo, wie zijn dit?’ ”, grappen Nosa en Rosco over hun beatcreator. “Maar dat is ook zijn kracht, hij gaat helemaal uit van zich zelf.”

Dat ze volmondig ‘Ja!’ antwoorden op de vraag of vernieuwing ontbreekt geeft aan dat ze bestuderen wat er in de scene gebeurt. Bestuderen ze andere rappers? Nosa: “Er zijn goede rappers in Nederland die toch hetzelfde klinken als andere goede rappers. Persoonlijk heb ik geen rappers die ik bestudeer. Ik voel gewoon de muziek.” De labelgenoten Sticks en Rico doen ook mee op het nummer Nachtwakers. “Sticks of Rico ofzo, die kan ik wel heel erg waarderen omdat ze altijd apart komen. Maar het is niet zo dat ik ze bestudeer. Dat zou niet goed zijn anders zou ik me misschien te veel gaan focussen op het soort ding dat zij doen. Ik moet wel in mijn eigen wereld blijven zitten”, aldus Nosa. Eigen Wereld zoals het gelijknamige album uit 2006 van Stick en Rico’s Opgezwolle? “Ja, ha ha…”, Rosco moet even lachen om de onbedoelde kopie van de term. Nosa vervolgt: “Ha, ha, daar waak ik dan ook voor, dat ik niet met dat ding van hun kom.”

Zo Moeilijk door Tim KeenDe vraag vindt hij wel boeiend en geeft hem door aan Rosco. “Hoe zie jij dat?” Bestuderen is dan een te zwaar woord. “Mijn inspiratie haal ik uit een track die ik gewoon dope vind.” Vervolgens passen Nosa en Rosco hun flow en teksten aan op de beat. “Het gaat om hoe wij het voelen.”, aldus Nosa. Ze slaan zichzelf even op de borst met de opmerking dat ze ongepolijst zijn, zwakken het een beetje af: “Klinkt natuurlijk heel mooi of lief of..” Het zit hem meer in het feit dat ze ‘ouder’ zijn. In de zin dat ze de drang om hun bazen en managers etc. te plezieren wel achter zich hebben gelaten. Of leggen we jullie nu woorden in de mond? Nikes: “Nee, ik geloof dat je wel gelijk hebt. We zijn zoals het is. We hoeven ons niet aan regeltjes en structuren te houden. We doen ons ding. We doen waar we zin in hebben. Het hoeft niet perfect of gelikt te klinken. Dan wordt het beetje een R&B verhaal.”

Elke hiphop artiest vertelt in verschillende mate wel met trots over de plek waar hij of zij vandaan komt. Met een titel als ‘Nijmeegse Modo’ vertellen deze mannen in grote mate over hun Nijmegen. Wat maakt Nijmegen in dit geval zo noemenswaardig? Rosco: “Het zit hem in twee dingen; we zijn de enige rap act uit Nijmegen die uitkomt met een album. En daardoor zitten we in een underdog positie, er is vóór ons niks geweest dat uit Nijmegen komt. Daarom proberen we onze stad zo duidelijk mogelijk op de kaart te zetten. Kijk wie we zijn, hoor hoe we praten, kijk hoe we ons zelf presenteren, hoe we ons kleden. Het is verfrissend! Laten we eerlijk zijn, het meeste komt uit Rotterdam of Amsterdam.” Dat uitspraak, onderwerp keuze en context plaatsgebonden zijn is duidelijk. Iemand uit Goes zal niet gaan rappen over Deventerse koek als identiteit. Maar kleding en mode zijn toch zodanig universeel dat men elkaar daarop niet meer kan onderscheiden? “Ja, weet je. Een beetje flauwe vraag… Niet dat we ons heel anders kleden. Maar goed... we dragen geen gouden kettingen bijvoorbeeld. En we hebben typische Nijmeegse woorden.” Een eigen woordenschat, gierig voor jezelf houden of delen met de wereld? Nosa: “Die woorden vertellen we gewoon, omdat het op dat moment in ons hoofd zit. Maar het klinkt ook nog eens dope. De rest mag ze begrijpen als ze willen. Als ze dat niet willen hoeft het ook niet zo nodig.”

Hun eerste album brachten ze in eigen beheer uit. Nu tekenen ze in een tijd waarin het directe nut van een platenmaatschappij steeds meer en publique in twijfel wordt getrokken juist bij Top Notch. Naast collega’s Opgezwolle, Kempi, The Opposites en nog een dozijn andere acts kwamen ze in de stal van Kees de Koning. Hoe voelt het nou om getekend te zijn door Top Notch? Rosco: “Ja, dat is euhm… Al je bloed zweet en tranen, al die jaren van doorzetten, wordt op een gegeven moment beloond. Dat we nu bij Top Notch zitten betekent dat we door moeten gaan met waar we mee bezig zijn. Dat er daadwerkelijk kwaliteit in zit. Het is ook dope dat onze Cd’s dan ook echt in de winkels liggen.” Nikes gaat er voor rechtop zitten: “We zijn heel blij met wat we nu hebben, gaan we zeker op voortborduren. We zijn er geen andere mensen door geworden, zo van ‘we zijn nu het mannetje met de borst verheven en de kin omhoog’, weet je… ‘iedereen voorbij rennen’.”

Dan is het toch altijd even leuk om te achterhalen wie achter wie aan zat. “Kees heeft ons eerste album gehoord en liet ons weten dat als we een tweede album zouden hebben, het hem moesten laten horen. Dat hebben we altijd in ons achterhoofd gehouden tijdens het maken van dit album. Ik heb van horen zeggen dat hij drie dagen alleen…”, vertelt Rosco. Nikes onderbreekt hem: “Een week lang!”, “Een week lang?” Antwoordt Rosco onder de indruk. Hij vervolgt zijn verhaal: “..alleen naar ons album heeft geluisterd. Dat moet ook wel, je moet een album dope vinden anders kan je het niet promoten.” Dat ze bij Top Notch een album zouden uitbrengen hadden ze drie jaar geleden niet kunnen bedenken. Het was nooit de insteek en eigenlijk zijn ze er nog een beetje verbaasd over. Rosco: “Dit! Dit Top Notch ding, dat hadden we drie jaar geleden nooit verwacht. Het was ook niet de insteek om bij Top Notch te komen. We komen uit Nijmegen! De acts uit Rotterdam en Amsterdam komen op Top Notch, toch!?”

Zo Moeilijk door Tim KeenIs het zo moeilijk, wat Top Notch doet? Een lange stilte volgt waarna alle drie een beetje mompelen en ‘ja’ zeggen. Nosa neemt als eerste het woord: “Sommige dingen kunnen we gewoon niet zelf.” Nikes: “Mwoa, kunnen we niet zelf… We kunnen het misschien zelf maar dan ben je nog eens tien jaar bezig de deur in te stampen. Je moet contacten hebben. Om het stuk promotie en het landelijk van de grond te krijgen. Top Notch regelt al dat soort dingen. Hetgeen we zelf konden, deden we al, zoals met de eerste cd. Nu moet het naar het volgende level, vinden we zelf. Vandaar Top Notch, die kunnen ons die extra douw geven. Zij verdienen daar aan, wij verdienen er aan.” Rosco: “Maar wat willen we nog meer bereiken? Ja, alles is meegenomen.” En wordt aangevuld door Nosa en Nikes: “Bij ons is het voornamelijk dat we goede muziek willen maken.”, “Proberen volle zalen te trekken, mensen vermaken. Goede show, goede muziek op een leuke manier.”

Als er een zanger in Nederland is die liederen heeft geschreven die met alle recht als ‘zo moeilijk’ bestempeld mogen worden, dan is dat Frank Boeijen, geridderd in de Orde van Oranje Nassau om zijn verdiensten voor o.a. de Nederlandse popmuziek en literatuur. Destijds ging de jonge Frank met de zelfde soort doelstelling als Zo Moeilijk aan de slag: “De ambitie is vanaf het begin duidelijk: met Nederlandstalige popmuziek het land veroveren. Probleem is dat pop in de moers taal nog niet echt populair is”, aldus zijn biografie. Kun je als muzikant om zo’n belangrijke man die uit hun eigen stad komt heen? Hebben ze ook wat met hem? Ze antwoorden alsof ze gevloek in de kerk horen, in koor: “Met Frank Boeijen ?!?” Vol enthousiasme gaat het verder, Nikes: “Ja, hallo!” Rosco: “Die track Zwart-Wit (1984; over de racistische moord op Kerwin Duinmeijer, red.) vanaf dat moment, ik wist niet eens dat hij uit Nijmegen kwam destijds. Frank Boeijen is gewoon lau! Moeilijk gewoon! Kronenburg Park, pff…” Nosa: “Ik heb het eens in een track verwerkt, even denken… ‘God gooide ons redding: Boeijen’, dat is heel even respect geven.” De beste man heeft duidelijk aangetoond dat een Nijmeegs accent niet het excuus kan zijn om niet te slagen in goede muziek maken. Komen ze hem weleens tegen en zou er een samenwerking in kunnen zitten? Nikes zit nu op het puntje van zijn stoel: “Sterker nog, ik ken de oude toetsenist van de groep Jos Haagmans (toetsen en achtergrondvocalen) heel goed. We hebben bij hem wel eens opgenomen. Hij stelde het eens voor. Misschien, ooit eens.”

Rosco, Nosa en Nikes werken hard om met hun eigen tongval Nijmegen permanent op de kaart te krijgen en daarbij trouw te blijven aan wat hen kleurt. Zoals Rosco het aanvult: “Als ik niet eerlijk ben, moet ik mijn leugens onthouden.” Daarmee doen ze recht aan de rijke geschiedenis van Nijmegen.

Gepubliceerd op www.State.com, door Auke van der Hoek

Geen opmerkingen: