zaterdag 9 augustus 2008

Ze heeft toch te eten!


“Je bent mijn persoonlijke slaaf. Je bent niks! En je zal nooit wat zijn! Te stom, te lelijk! Je bent nergens goed voor. Mijn! Je ben mijn slaaf! Ik kan doen en laten met jou wat ik wil!” En zo is tien minuten lang te horen hoe de vrouw des huizes een twaalfjarige Quinta emotioneel breekt. Haar eigen wereld, haar eigen ik, wordt tot stof fijn gestampt in de rode aarde die ze elke ochtend en middag uit het huis moet vegen. Het leven van Quinta bestaat uit ‘s ochtends vroeg opstaan en beginnen met de huishoudelijke taken. Daarna haar schooluniform aantrekken en naar school toe rennen. Haar onbijt komt ‘s avonds wel.

Als er…

Haar vader? Niet aanwezig. Haar moeder? Die komt regelmatig, nog ruim voor het middaguur, langs om samen met de vrouw des huizes onder het genot van bier het avondmaal voor te bereiden. De twee vrouwen commanderen haar op en neer. “Haal dit!” en “Breng dat!” Haar voorbereiden op een eigen toekomst, is van ondergeschikt belang. Belangrijker is of ‘dit en dat’ wel snel genoeg wordt afgeruimd. Als er twee keer geroepen moet worden, is ze langer bezig met de uitbrander, dan de opgedragen taak. Het gaat door tot dat ze een van de laatste is die kan gaan slapen. Haar eten bestaat uit wat er ‘s avonds overblijft.

Vanuit een goed hart

De man des huizes is koud, afstandelijk maar draagt vanuit een goed hart zorg voor meerdere kinderen die niet de zijne zijn. Naast het nichtje Quinta en Jane zijn er neefjes Willy en Voma. Neef Frederick woont nu met zijn vrouw en kind iets verderop. Als tegenprestatie moeten ze meehelpen in het huishouden. Zodra ouders in staat zijn om voor hun eigen kinderen te zorgen worden automatisch kinderen van familieleden bij hen gedropt die dat niet kunnen. De afhankelijkheid van een kind maakt het een makkelijk slachtoffer. Liefde en zorg, daarvoor hoeft ze dus niet bij haar eigen ouders te zijn. Zorg krijgt ze van de familie bij wie ze inwoont. Liefde en kunnen spelen als een kind? “Ze heeft toch te eten!”, snauwt de vrouw des huizes.

Ook van jou

Het 23-jarige nichtje Jane ging Quinta vooraf. Nu is ze bijna in staat om op eigen benen te staan. Onderweg terug naar de stad kan ze even uitstappen in haar geboortedorp, huilend van blijschap, rent ze op haar moeder af. Na een omhelsing houdt haar moeder haar vast aan de pols, afstand houdend, en vraagt: “Wat kom je doen?” Een pijnlijke stilte volgt.

Quinta heeft nog twee vriendinnetjes, Kadoh en Adin, die in de buurt wonen maar elke dag in het huis komen eten van wat er overblijft. Nadat Quinta de laatste opdrachten van de dag heeft verricht zit haar dag erop. Geeft ze mij een weltruste kusje: “Hou ook van jou, oom Auke”, en met vermoeide oogjes geniet Quinta nog van de tekening die we vanmiddag samen hebben gemaakt tijdens haar huiswerk. Ik had het getekend, zij had het ingekleurd, het werd haar luchtkasteel.

Geen opmerkingen: